Voor haar boek deed ze veel onderzoek naar de ervaringen van andere vrouwen en dook ze in wetenschappelijke literatuur. Daaruit blijkt dat zij niet de enige vrouw is die na de zesweekse kraamperiode nog niet het gevoel had mee te kunnen draaien in de ‘gewone’ maatschappij. Uit divers onderzoek over de effecten naar zwangerschap en geboorte van een vrouw, maakte Lucy op dat alleen de adolescentiefase vergelijkbaar is met de transitie van vrouw naar moeder. Alleen in die periode maakt een mens net zulke enorme psychologische, sociale en fysieke veranderingen door.
Weinig aandacht voor de ‘moederteit’
In tegenstelling tot de puberteit, is er voor de ‘moederteit’ vanuit de samenleving veel minder erkenning voor de impact die deze fase heeft. Het is een periode waar lang geen taal voor is geweest. Dat blijkt niet zonder gevolgen, want in de westerse samenleving behoren kersverse moeders tot de eenzaamste groepen.
De ervaringskennis over de impact van zwangerschap en geboorte is al oud, maar de wetenschappelijke erkenning is jong. Pas in 2016 ontdekte de Nederlandse neurowetenschapper Elseline Hoeksema met haar team dat de hersenen van een moeder waarschijnlijke permante veranderingen ondergaan als gevolg van de zwangerschap.
Mentale klachten tijdens en na de zwangerschap
Onderzoek van Trimbos Instituut onderschrijft het belang van dit soort onderzoek naar de impact van zwangerschap, geboorte en ouderschap. Uit hun ‘Monitor Mentale gezondheid en Zwangerschap (2023-2025)’ blijkt dat ongeveer 23% van de vrouwen in Nederland gedurende de zwangerschap vaak of altijd mentale klachten heeft. Ook na de zwangerschap worstelen vrouwen met hun mentale gezondheid; 1 op de 5 heeft depressieklachten, 1 op de 4 angstklachten en 1 op de 7 nieuwe moeders ervaart (heel) veel stress, aldus het Trimbos instituut.
Meer ruimte voor ouderschap
Als antwoord op de eenzaamheid en mentale worsteling van jonge moeders, moedigt Lucy Jones ons aan een samenleving te creëren waar er letterlijk ruimte is voor het ouderschap. Openbare ruimtes waar kinderen veilig kunnen spelen en ouders elkaar kunnen ontmoeten, werkgevers die zich flexibel opstellen naar jonge ouders én openbaar toegankelijke plekken waar vrouwen borstvoeding kunnen geven. Misschien is haar belangrijkste boodschap wel dat we niet alle kennis en inzichten over ouderschap alleen op de schouders van ouders (vaak moeders) kunnen laten drukken, maar als samenleving moeten inbedden.
De eerste veranderingen daarin kunnen we op individueel niveau maken, door een luisterend oor te zijn voor de ervaringen van jonge ouders. En in het voeren van eerlijke gesprekken over het ouderschap. Niet vanuit angst, maar om realistische verwachtingen te scheppen zodat het gevoel van individueel falen afneemt als dingen anders lopen dan verwacht.